Meditatie

Blijdschap en dankbaarheid

Ik heb mij zeer verblijd dat ik er onder uw kinderen gevonden heb die in de waarheid
wandelen, in overeenstemming met het gebod dat wij van de Vader ontvangen hebben.

(2 Johannes 4)

In de tweede brief die de apostel Johannes schrijft richt hij zich tot de uitverkoren vrouw en aan haar kinderen die hij in waarheid liefheeft. Hiermee
bedoelt Johannes de gemeente van Christus. De gemeente wordt in de Bijbel wel vaker vergeleken met een vrouw of een bruid. Zoals Johannes
schrijft krijgen we een beeld van de gemeente als van een gezin.

Er wordt regelmatig kritiek geuit op de gemeente van Christus. Niet alleen
van buitenaf maar zeker ook van binnenuit. Wat er niet goed gaat in de
gemeente en waar men niet tevreden over is wordt makkelijk geventileerd.
De diensten duren te kort of te lang, het zingen is te snel of te traag, de
dominee is te zwaar of te licht, er haken veel mensen af, de jeugd is niet
gemotiveerd en de ouderen willen niet veranderen en ga zo maar door.
Kritiek is makkelijk gegeven.

Nu lezen we bij Johannes het tegenovergestelde. Hij is juist zeer verblijd
over wat hij heeft waargenomen in de gemeente. Johannes zegt: Ik heb mij
zeer verblijd dat ik er onder uw kinderen gevonden heb die in de waarheid
wandelen. Hij heeft het hier niet over heel de gemeente maar over verscheidene van uw kinderen. Daarmee wil hij niet zeggen dat de andere gemeenteleden niet in de waarheid wandelen.
Johannes heeft enkele gemeenteleden
ontmoet of op een andere manier contact met hen gehad. Mogelijk hebben
ze hem opgezocht.

Bij hen heeft hij gemerkt dat ze in de waarheid wandelen. Dat wil zeggen
dat hun leven overeenstemt met hun geloof. Men houdt de waarheid vast
en leeft eruit. Het geloof in de Heere Jezus Christus stempelt hun leven.
Hun leven is erop gericht Christus te volgen en uit Hem te leven. Jezus die
Zelf de Weg, de Waarheid en het Leven is. Dat is voor hen niet slechts een
verstandelijk weten. Nee, Christus is waarheid geworden in hun leven.

De waarheid is echter niet vrijblijvend. We kunnen de waarheid niet zomaar
naar onze eigen hand zetten. De waarheid ligt vast, zo zegt Johannes, in het
gebod dat wij van de Vader ontvangen hebben. En naar Zijn gebod richten
wij ons leven. We kunnen hierbij denken aan de woorden die Johannes in
zijn eerste brief schreef: En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam
van Zijn Zoon, Jezus Christus, en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons
een gebod gegeven heeft.

Wat een zegen wanneer er geloof in de gemeente gevonden wordt. Wanneer
er zichtbaar overeenkomstig het geloof geleefd wordt. Dat is bemoedigend.
Het laat zien dat de Geest van Christus in de gemeente aan het werk is.
Zonder Zijn kracht en bijstand staan we als gemeente machteloos.

“Ik heb mij er zeer over verblijd.” Johannes is blij en dankbaar dat Gods
werk zichtbaar is in de gemeente en daarbuiten. Maar daar laat hij het niet
bij. In het vervolg roept hij op om elkaar lief te hebben én te wandelen in
Zijn geboden. Johannes weet ook dat de gemeente te maken heeft met tegenstand, met dwaalleer en verleidingen. Daarom juist deze bemoedigende
woorden over wat er goed gaat, waar rede tot dankbaarheid is. Deze woorden gaan vooraf aan een waarschuwing en een appèl.

Een lied dat hierbij aansluit luidt: “Tel uw zegeningen één voor één”. Leven
in blijdschap en dankbaarheid werkt bemoedigend. Zeker wanneer de gemeente het zwaar heeft, wanneer ze wordt tegengewerkt en er verleidingen
zijn. Benoemen wat ontbreekt en niet gaat is erg makkelijk, maar het werkt
niet opbouwend. En zeker, de waarschuwing en het appèl moeten klinken.
Maar begin eerst met een bemoediging, naar elkaar, naar de kinderen en de
jeugd en dit tot opbouw en versterking van het geloof in de Heere Jezus
Christus. Dank God en wees verblijd over de zegeningen in de gemeente,
in het gezin. Laat het de bouwstenen zijn waarop verder gebouwd kan worden tot eer en verheerlijking van Gods grote naam.

ds. M.J. van Keulen