Meditatie

Leven in het licht van Pasen

“Gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt”.  2 Timotheüs 2 vers 8

Prachtig is het te lezen hoe Paulus Pasen ter sprake brengt in een praktisch vermaan tot dienstbetoon.

Zo zal Paulus het zelf ook beleefd hebben. Midden in de moeite van zijn werk als apostel komt Christus als de Opgestane zijn leven binnen. Te midden van alle strijd – in vers 4 gebruikt Paulus het beeld van een soldaat – en ook van alle moeitevolle arbeid – Paulus herinnert aan de zware arbeid van de landman – staat daar ineens de aansporing om er aan te blijven denken dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt.

Ik wil op drie aspecten van deze vermaning wijzen: allereerst op de noodzaak, vervolgens op de praktijk en ten slotte op de vrucht ervan.

De noodzaak

Met opzet gebruik ik het woord noodzaak. Timotheüs moet in de nood van zijn dienstwerk bemoedigd worden. In de voorgaande verzen spreekt Paulus over het lijden van een apostel. Hoewel Timotheüs niet tot de kring van de apostelen heeft behoord, deelt hij wel in het lijden van een dienstknecht van Jezus Christus. Paulus gebruikt het beeld van een kampvechter en van een landbouwer die zwaar werk heeft te verrichten.

In die noodsituatie is het nodig dat Timotheüs denkt aan het feit dat Christus uit de doden is opgewekt.

Dus midden in de aanvechting en bestrijding, stuitend op tegenstand, moet Timotheüs zich Jezus Christus voor ogen stellen: zijn gedachten op Hem richten en zo contact met Hem zoeken. En dan vooral Jezus Christus als de Opgestane.

Hoe komt Paulus ertoe midden in een praktische vermaning Timotheüs ertoe op te wekken aan Jezus Christus als de Opgestane te denken? Eigenlijk zegt Paulus het nog iets pakkender: blijf denken aan Jezus Christus, de Opgestane.

Wel, door de opstanding is de wereld veranderd, althans voor een gelovige. In welk opzicht veranderd? De schuld is verzoend. De macht van zonde en dood is gebroken. Nog niet definitief verwijderd, maar wel in principe overwonnen.

Dit betekent, zoals Hij bij zijn Hemelvaart heeft gezegd: Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Geen vijand kan Hem, zijn werk of kerk nog overwinnen. Hij is de Overwinnaar. Met zijn opstanding uit de dood is de macht van de vorst van de duisternis gebroken.

Dit is om zo te zeggen: het negatieve. De duivel is verslagen en kan het niet meer winnen, hoe hij ook tekeergaat. Het positieve is dat Jezus’ rijk van gerechtigheid en vrede de toekomst heeft. De duivel heeft verloren. Daarom moet Paulus aan Jezus als de Opgestane denken.

De nood kan niet zo groot en zo heftig zijn, dat Jezus daar niet tegenop kan. Integendeel, die nood is door Jezus overwonnen. Daarom sprak ik van de noodzaak om aan Jezus als de Opgestane te denken. De nood is er – helaas – nog steeds. Timotheüs moet vechten als een soldaat van Jezus Christus. De nood wordt echter straks definitief overwonnen: nu nog ten dele, straks voorgoed. Juist in deze geestelijke strijd moet Timotheüs in gedachten houden dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt.

Hoe moet dat?

Hoe moet Timotheüs dat dan doen? Primair in gebed en meditatie, ter voorbereiding op het uitvoeren van zijn taak. Elke morgen, middag en avond. Hiermee herinner ik aan de drie gebedstijden van een gelovige Jood (Psalm 55: 18, Daniël 6: 11). Driemaal daags placht de Jood tot God te bidden. Hem zijn eigen zwakheid, onmacht en schuld te belijden. Juist dan opzien tot Hem.

Behalve gebed is daar ook als middel het gezang, de lofprijzing. En dan de taak van verkondiging en gesprek. Met dit laatste herinner ik ook aan de taak die iedere gelovige heeft. Het evangelie van Pasen niet voor jezelf houden maar het uitdelen en doorgeven. Wat gaat er voor onszelf een kracht van uit als we zo over Jezus als de Opgestane spreken.

Dat hoeft niet alleen in het kader van Bijbelstudie te gebeuren. Dat mag ook zomaar, in een gesprek over de gewone dingen van het leven genoemd worden. Doet u dat wel eens? Een verwijzing naar de opstandingskracht van Jezus Christus. Met die kracht wil hij heel ons leven en ook dat van anderen doortrekken. Daarom: blijf er aan denken en van spreken, dat Jezus uit de doden is opgewekt. De zonde en de dood kunnen het van Hem niet meer winnen. Ze zijn op Pasen (met een herinnering aan Goede Vrijdag) verslagen. Zo werpt Jezus licht over het donker van ons leven, een leven van strijd en van nog niet overwonnen zonden.

De vrucht

Hij leeft. Daarmee zijn we ook bij de zegen van dit gedenken.

Wie Jezus als de Opgestane zoekt en aanroept, zal door Hem bemoedigd en bekrachtigd worden. In de gemeenschap met de Opgestane zullen we als gelovigen ervaren dat Jezus Christus ons niet aan onszelf overlaat. Hij wil ons de kracht van het nieuwe leven laten ervaren.

Ik wijs er nog eens op: dit is nog maar voorlopig. Jezus’ paaskracht wordt eigenlijk in twee etappes ons deel: nu te midden van zonden, gebrek en tegenstand, dus voorlopig. We hebben echter een Heiland die Overwinnaar is. Hij staat boven dat alles en daarmee haalt Hij ons er ook bovenuit.

Straks zal dit volkomen gebeuren.

We mogen vast geloven dat die hoop in de kracht van Pasen ons niet beschaamt. Leven vanuit Pasen heeft iets voorlopigs. De vijand in ons en om ons heen is nog niet ten volle buiten werking gesteld.

Leven uit Pasen mag getuigen van een zekere toekomst. De erfenis wordt voor ons bewaard en wij worden door Jezus’ paaskracht bewaard voor de volle erfenis.

Prof. dr. W.H. Velema