Meditatie
Juni 2018                        
  bijbel


“Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven”.

1 Thessalonicenzen 5: 9-10




Gods bedoeling met ons

 

Thessalonica in de dagen van Paulus is een drukke en belangrijke havenstad. Een kruispunt van veel handelswegen waar mensen uit alle windrichtingen te vinden waren. Een strategisch punt voor Paulus omdat het evangelie daar snel verspreid kon worden over de wereld. In Handelingen 17 kunnen we lezen hoe het Paulus daar vergaan is. Nadat hij drie keer op de sabbat in de synagoge gepreekt heeft zijn er maar een paar Joden die het evangelie willen aanvaarden, maar des te meer Grieken en vrouwen aanvaarden Jezus als hun Verlosser. Dit maakt het merendeel van de Joden boos en jaloers en ze beramen een oproer waardoor Paulus de stad moest verlaten. We zien hier dus een jonge gemeente die kort (slechts drie weken) het evangelie van verlossing en genade mocht horen en nu staan ze er als het ware alleen voor. Paulus is bezorgd over deze jonge gemeente en wil hen verder helpen in het geloof.

 

Paulus doet een oproep tot waakzaamheid. Waarom? Omdat Christus komt. En Paulus wil dat de gemeente daarom zorgdraagt voor hun geestelijke leven. Hij zegt:“Wat de tijden en de gelegenheden betreft, is het voor u niet nodig dat men u schrijft”. De gemeente in Thessalonica weet en beseft heel goed in wat voor tijd ze leven. In tegenstelling tot een groot aantal christenen vandaag de dag die bitter weinig blijken te beseffen in welke tijd ze leven. In Thessalonica weten ze het wel. Christus zal komen en Zijn komst zal volkomen onverwacht zijn. Als een dief in de nacht.

 

Toch maakt Paulus hier een nuancering. Ja, Hij komt onverwacht, maar wel voor diegenen die Hem niet verwachten. Wie Christus niet verwachten zullen te laat zijn zoals in de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze meisjes. Jezus zegt over de meisjes die te laat zijn, wie Christus niet verwacht zal bij Zijn komst door Hem niet gekend worden en buitengesloten worden van de eeuwige zaligheid bij God. Voor hen wacht het eeuwige verderf.

 

Hoe moet ik dat dan doen, Christus verwachten? Paulus zegt dat we wakker en nuchter moeten zijn. Degenen die Christus verwachten zijn volgens hem kinderen van het licht. En behoren toe aan de dag. Niet aan de nacht of de duisternis. De duisternis staat symbool voor dwaling en onheiligheid. De duisternis maakt blind. Loopt u maar eens door het donker door een kamer. U zult tegen van alles aanlopen en u zult misschien wel vallen en u bezeren. Wanneer het licht is en u loopt door diezelfde kamer ziet u alle gevaren en obstakels die in de kamer staan en u kunt er zo omheen lopen.

 

Paulus wil dat we de obstakels en gevaren die op de loer liggen in het geloof zien. En wanneer we de gevaren zien kunnen we eromheen lopen omdat we toegerust zijn door God zelf, zegt Paulus. Hij heeft Zijn Geest (met Pinksteren) gestuurd om met ons te zijn. Want wandelen in het licht, op de weg die het beste voor ons is, is nog niet zo gemakkelijk. De zaken die niet goed voor ons zijn en ons van de Heere aftrekken zijn vaak zo interessant en aantrekkelijk, ze leiden zo vaak af. Iedereen kan wel iets verzinnen wat tussen hem of haar een de Heere instaat. Maar God wil ons toerusten en wel met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid. Geloof, hoop en liefde zijn nodig om te wandelen in het licht. Wandelt u al in het licht? Dan mag u weten dat u niet alleen wandelt maar toegerust bent door God zelf.

 

Of moet u erkennen dat u nog in de duisternis wandelt. Misschien vindt u het ook wel harde woorden en doen deze woorden u verdriet. Verdriet omdat u het moeilijk vindt om Christus te verwachten of omdat mensen om u heen, waarvan u houdt die Jezus de rug hebben toegekeerd en het geloof vaarwel hebben gezegd. Mensen om wie u zich zorgen maakt als het erop aan komt, als Christus terugkomt. Dit zijn woorden die ons aan denken kunnen zetten. Wat is Gods bedoeling met ons?

De Here wil ons hier iets van laten zien in onze tekst. Deze verzen geven troost en houvast wanneer u de waarom-vragen van het geloof tegen komt. We mogen hier lezen dat God niet uit is op toorn en verderf. Hij wil niet dat we verloren gaan en voor eeuwig in duisternis wandelen. God wil juist het omgekeerde. Het beeld van een kwaad en toornig God wordt hier het beeld van een rechtvaardig en genadig God waar vergeving te vinden is. Want we lezen dat God wil dat we zaligheid verkrijgen. Zaligheid waarin Hij Zelf voorziet, namelijk door Jezus Christus die voor ons is gestorven. God wil ons bevrijden van de dood, en wel door de dood van Zijn eigen Zoon. Jezus’ dood als zoenoffer voor onze zonden. Een weg van bevrijding, bereidt door God zelf. Maar waarom, waarom moest het bloed van Jezus vloeien voor onze zonden? Waarom Pasen, Hemelvaart en Pinksteren?

 

Opdat wij, tezamen met Hem zouden leven. God wil dat wij met Hem leven. Dat is Zijn bedoeling met ons. Er staat bij, hetzij dat wij waken, hetzij dat wij slapen. Hiermee bedoelt Paulus niet zoals eerder in zijn brief, dat mensen die Christus verwachten, waken en mensen die Christus niet verwachten, slapen.  Maar het waken, slaat hierop dat wij nu leven, het leven op aarde en het slapen slaat op wanneer wij gestorven zijn. Wanneer Christus terugkomt, is er voor eenieder die in Hem gelooft eeuwig leven. Ook die in Christus gestorven zijn zullen weer leven met Hem.

 

Het leven waar Christus ons op wijst is een eeuwig leven. Niet maar het leven van hier en nu. Al begint het leven met Christus wel hier en nu. Weest daarom waakzaam zegt Paulus tot de gemeente van Thessalonica. Jullie weten dat Jezus terug zal komen. Leef daarom in het licht en niet in de duisternis. Bereid je voor op Zijn komst. Dan zal de wederkomst van Christus niet onverwacht zijn maar dan zal het een feest zijn waar u uw Verlosser mag ontmoeten. En eeuwig met Hem mag leven.

 

Amen

 

Ds. M.J. van Keulen